Menu nl

Archief | Tips en advies


1 dodelijk ongeval op 3 op autosnelwegen gebeurt in de buurt van op– en afritten.

Bij de dodelijke ongevallen op een autosnelweg droeg meer dan een derde van de bestuurders en meer dan de helft van de passagiers die achteraan zaten hun gordel niet. Te hoge snelheid speelde een rol in 4 op de 10 dodelijke ongevallen. Op– en afritten zijn bovendien de meest risicovolle plaatsen: 1 dodelijk ongeval op 3 gebeurt daar of in de buurt ervan. Dit zijn de belangrijkste conclusies uit een nieuwe studie van Vias institute die alle dodelijke ongevallen in België onderzocht.

In België wordt meer dan een derde (38%) van alle afgelegde voertuigkilometers op de autosnelwegen gereden. Het ongevalsrisico is er kleiner dan op andere delen van het wegennet, maar de ernst van de ongevallen is er wel hoger. We stellen 31 doden per 1000 letselongevallen vast, dat is 4 keer meer dan in een bebouwde kom (8 doden per 1000 letselongevallen). In het kader van deze studie heeft Vias institute op basis van PV’s van de federale politie 158 dodelijke ongevallen in de periode 2014-2015 op de autosnelwegen onderzocht, waarbij 529 personen betrokken waren.

Infrastructuur : vooral de opritten en afritten zijn dodelijk

Een dodelijk ongeval op 10 (10%) gebeurde op de op– of afrit en 1 ongeval op 5 (20%) in de buurt ervan. In totaal gebeuren dus bijna 30% van de dodelijke ongevallen op of nabij een oprit of afrit. Het risico op een ongeval is er dus hoger. 5% van de ongevallen gebeurden ter hoogte van een verkeerswisselaar. Bij één dodelijk ongeval op 8 (13%), waren er werken aan de gang op het moment dat het ongeval zich voordeed. Dit cijfer stijgt de laatste jaren en ligt 3x hoger dan in 2009 (4%).

Ongevalsfactoren : nog steeds wordt de gordel te weinig gedragen

Ongeveer een derde van de bestuurders en passagiers die betrokken waren in een dodelijk ongeval droegen hun gordel niet: 35% van de bestuurders, 21% van de passagiers voorin en…52% van de passagiers achteraan. 60% van de dodelijke slachtoffers in een ongeval op een autosnelweg droegen hun gordel niet. Snelheid speelt een rol in tenminste 38% van de dodelijke ongevallen. Het is ook opvallend dat 1 op 5 (19%) stilstond op het moment van het ongeval. Alcohol speelde een rol in meer dan 1 ongeval op 10 (11%), maar in 40% van de gevallen werd geen enkele betrokken bestuurder op alcohol getest.

Weersomstandigheden: regen is gevaarlijk

Bij 1 ongeval op 8 (12%) regende het toen het ongeval gebeurde. Gemiddeld regent het 6% van de tijd in België. Het risico op een dodelijk ongeval op een autosnelweg is dus hoger in geval van regen .Ongeveer een derde van de ongevallen (28%) gebeurden in duisternis, waarbij de openbare verlichting werkte. In 1 ongeval op 6 (17%) deed het ongeval zich voor in duisternis, zonder openbare verlichting. Het percentage dodelijke ongevallen in totale duisternis is 2x hoger op autosnelwegen dan op andere wegtypes.

Kenmerken van de weggebruikers: 1 op 20 was een voetganger

1 weggebruiker op 20 (5%) die om het leven komt in een ongeval op een autosnelweg was een voetganger. Als er zich een ongeval voordeed met een kwetsbare weggebruiker is het risico dat die overleed heel groot: 83% van de betrokken voetgangers zijn overleden. In de wagens is de mortaliteitsgraad 49%. 

Profiel van ongevallen

Dit zijn de 5 meest voorkomende ongevalsprofielen:

  • de bestuurder verliest de controle over het voertuig. (29%). De helft van de betrokken bestuurders overleeft dit type ongeval niet. Vaak spelen snelheid en/of alcohol een rol in dit type ongeval.
  • een voertuig rijdt in op de staart van een file (16%). Vrachtwagens zijn vaker betrokken bij dit type ongevalsprofiel.
  • de bestuurder wijkt af van zijn rijstrook (12%) en botst met een obstakel of met een andere weggebruiker. Deze ongevallen komen vaker voor in het duister.
  • de bestuurder maakt een fout bij het inhalen (8%). Bij 4 op de 10 ongevallen gaat het over eenzijdige ongevallen.
  • een bestuurder rijdt in op een normaal rijdend voertuig (6%). Deze ongevallen gebeuren het vaakst tijdens het weekend en tijdens totale duisternis.

Autosnelwegen meest dodelijk in Vlaams-Brabant

Over de periode 2009-2015, vielen er gemiddeld 44 doden per 100 kilometer autosnelweg. De autosnelwegen in Vlaams-Brabant (53 doden per 100 km) en Henegouwen (52 doden per 100km) waren het meest dodelijk. De autosnelwegen in Limburg waren het veiligst (30 doden per 100 km).

Conclusie

Sensibiliseringsacties en controles zijn onontbeerlijk om tot een effectieve gedragswijziging te komen. Te vaak stellen we vast bij dodelijke ongevallen op autosnelwegen dat mensen hun gordel niet dragen en er sprake is van overdreven snelheid. Voor snelheid blijven trajectcontroles veel efficiënter dan vaste radars. Het is vooral belangrijk om controles uit te voeren in risicozones zoals bij wegenwerken en in zones dicht bij op– en afritten van autosnelwegen.

Op het gebied van infrastructuur, moet men verder inzetten op de gekende principes van vergevingsgezinde wegen. Dit wil zeggen dat de infrastructuur zo ingericht moet zijn dat de menselijke fouten niet tot een fatale afloop leiden, bijvoorbeeld voor een voertuig dat van de weg is afgeraakt. Het gebruik van dynamische verkeersborden moet verder veralgemeend worden. Deze borden leggen een snelheidslimiet op die aangepast is aan de actuele verkeerssituatie. Ze kunnen ook de bestuurders waarschuwen in het geval van file of een ander verkeersprobleem. Het is ook belangrijk dat de snelheidslimieten op elke plaats en elk tijdstip duidelijk zijn voor de weggebruiker, vooral in de zones waar er wegenwerken aan de gang zijn.

bron http://www.vias.be

Lees het volledige bericht

Zorgeloos de lente in …

ZORGELOOS DE LENTE IN MET “DE FIETSVERZEKERING”

België, het land van de fietslegendes : Eddy Merckx, Tom Boonen, Johan Vansummeren etc. De liefde voor de fiets is bij hen duidelijk aanwezig, maar ook bij de gemiddelde Belg ! Meer en meer mensen schaffen zich een fiets aan voor diverse redenen.

Doet u de boodschappen met uw stadsfiets ? Berijdt u de fietsknooppunten of het traject van/naar uw werk met uw elektrische fiets ? Houdt u uw conditie op peil met uw MTB of racefiets ?
De fiets is tegenwoordig onmisbaar!

 

DENK DAAROM AAN UW FIETS als materieel bezit :

Verzeker vrijwel IEDERE fiets

Tweedehandsfietsen t.e.m. drie jaar oud komen eveneens in aanmerking.

Onderschrijf enkel waarborg Diefstal of breid deze uit met waarborg Materiële schade & Pechbijstand

U kunt kiezen uit een dekking diefstal of uit een complete dekking inclusief pechverhelping en dekking voor beschadiging.

Wereldwijde dekking

U geniet een wereldwijde dekking inzake diefstal en schade.
Wat betreft bijstand, deze wordt beperkt tot de Benelux tot 30 km over de Belgische grens.

U bent het hele jaar verzekerd, en kunt de verzekering onbeperkt verlengen.

Klik hier naar de tarievenlijst van Allianz Global Assistance : 

 

MAAR DENK EVENEENS AAN UZELF in het verkeer :

Iemand van uw gezin krijgt een verkeersongeval als bestuurder of passagier van een auto, een fiets of bromfiets of als gebruiker van gemeenschappelijk vervoer of als voetganger ? En hij of zij raakt gekwetst ?

Voorzie daarom een dekking die de terugbetaling van medische kosten en het bedrag in geval van overlijden of blijvende persoonlijke ongeschiktheid garandeert, en kies zelf het bedrag !

 

Voor meer info, contacteer ons kantoor via website – online contactformulier of neem contact met ons op via mail of op het nummer 011/44.55.50.

 

 

 

Lees het volledige bericht

Een hoverboard, goed verzekerd?!

 

Veel gestelde vragen : 

  • Mag ik met mijn hoverboard, segway, elektrische fiets, … op de openbare weg ? 
  • Welke verzekering moet ik afsluiten ? 

Slalom zonder zorgen doorheen het verkeer met D.A.S., uw onafhankelijke rechtsbijstandsverzekeraar ! 

  • Bij D.A.S. zijn alle ‘voortbewegingstoestellen’ gedekt vanaf een polis privéleven.
  • In de polis ‘consument’, ‘economisch’ en ‘conflict’ (= uitbreidingen) zijn ook de contractuele geschillen inzake aankoop, onderhoud, … van ‘voortbewegingstoestellen’ verzekerd.
  • In de polis ‘All Risk Voertuigen’ zijn alle verzekerde personen gedekt als verkeersdeelnemers met alle ‘voortbewegingstoestellen’.

Lees hier het volledige artikel.

Bent u geïnteresseerd in het afsluiten van een D.A.S.-polis of heeft u reeds een D.A.S.-polis, maar u wenst deze aan te passen/uit te breiden ?
Aarzel niet om ons te contacteren, wij helpen u graag verder.

 

 

Lees het volledige bericht

Nieuwsbrief #2 – Wees voorbereid …

foto-auto-sneeuw

WEES VOORBEREID IN DEZE DONKERE WINTERDAGEN ! 

 

1.   EEN LEKKE BAND …. EN WAT NU ?                           

Ongeacht of u in fout bent of niet, uw BA-verzekeraar staat kosteloos in voor de eerste hulp bij ongeval (in België en 30 km buiten de landsgrens). Eén vereiste : bel het nummer dat vermeld staat op uw groene kaart.

Maar … Wat als u morgen pech heeft onderweg door een lekke band, kapotte batterij, … ? Uw voertuig moet worden getakeld ? Uw gezin moet worden gerepatrieerd ? U wenst aanspraak te maken op een vervangwagen tijdens de duur van de herstelling ?

Kies daarom voor een extra waarborg “bijstand”. Deze waarborg geldt zowel in België als in het buitenland, en biedt tal van voordelen voor u, uw wagen en uw gezin.

Contacteer ons kantoor voor meer informatie.

Is uw voertuig winterklaar ? Bekijk onze tips om tijdens de winterdagen niet voor verrassingen te komen staan. 

2.   BESCHERM UW EIGENDOM & GEEF DIEVEN GEEN KANS …             foto-kluis

U wilt de inhoud van uw woning beschermen ? Binnen uw brandverzekering kan u optioneel kiezen voor een uitbreiding “diefstal”. Deze waarborg vergoedt u voor uw voorwerpen die gestolen zijn waaronder eveneens uw juwelen en waarden.

Diefstal met geweld, of u wordt bedreigd op straat ? Dit valt eveneens onder de uitbreiding, & met een wereldwijde dekking.

Contacteer ons kantoor voor meer informatie. 

Is uw woning diefstalprove ? Bekijk hier tips om uw woning zo goed mogelijk te beschermen.

 

Wij bij kantoor Kwanten & Meeuwissen helpen U graag verder.

 

 

Lees het volledige bericht

Tips : Hoe uw wagen winterklaar maken ?

Tijdens de wintermaanden zijn de omstandigheden voor je auto een stuk zwaarder door de lage temperaturen, vorst en ijsvorming. Hieronder vind je nuttige tips om je auto winterklaar te maken en wat je kan doen om (start)problemen te voorkomen?

 

Tips om je auto klaar te maken voor de winter

Batterij: Batterijen functioneren minder goed in de winter (wegens de koude temperaturen). Dat is een feit. Vandaar dat de autobatterij overwegend aan de basis ligt van startproblemen met je wagen. Een goede controle van de staat van je autobatterij is voor de eerste winterprik daarom steeds noodzakelijk.

Hoe kun je zelf de staat van je autobatterij controleren?

Beschik je over een zuurmeter, dan kun je eenvoudig nagaan of de batterij nog opgeladen kan worden. Heb je geen zuurmeter, dan kun je nog steeds afgaan op je gezond verstand en de stand van je lichten. Merk je namelijk dat deze (terwijl de radio speelt en de ventilatie draait) afzwakken of dat je batterij sneller leeggeraakt nadat je deze hebt opgeladen, dan mag je ervan uitgaan dat je autobatterij stilaan aan vervanging toe is.

Waslaag: Een goede waslaag beschermt je auto. Breng voor het begin van de winter (in het bijzonder voor de vorstperiode) een goede waslaag op je auto aan. Dit geeft je auto een goede bescherming.

Rubbers van de portieren, kofferdeksel e.a.: Lichtjes de rubbers van je portieren, het kofferdeksel & de motorkap insmeren met vet (siliconenspray of talkpoeder), vermindert de kans op vasthechting.

Controleer de staat van je ruitenwissers: Is het rubber van je ruitenwissers versleten, vervang deze dan zo snel mogelijk voor je eigen veiligheid.

Koelvloeistof & antivries: Controleer de koelvloeistof van de motor en het antivriesvermogen (koop antivries tot -30°).

Ruitenwissers: Breng met een doek wat shampoo aan langs de binnenkant van je ruiten, om het aanwasemen tegen te gaan.

Ruitenwisservloeistof & antivries: Controleer de ruitenwisservloeistof. Vul aan indien nodig en voeg antivries toe. Doe dit zeker voor de eerste winterprik.

Start– & sleepkabels: Leg steeds start- en sleepkabels in je auto. Let er wel op dat ze geschikt zijn voor je auto.

Autobanden: Controleer regelmatig de profieldiepte van je banden. De wettelijke minimumdiepte van een bandenprofiel bedraagt 1,6 mm, maar in de winter heb je echt wel een minimum van 3 à 4 mm nodig. Vergeet verder ook niet de bandenspanning te checken. Hoe lager de buitentemperaturen, hoe lager ook de spanning. Bijvoorbeeld: als de bandendruk 2,0 bar is bij 20° C, is ze maar 1,8 bar bij 0°C. Tijdens de winter mag je dus de bandenspanning met 0,2 bar verhogen.

Winterbanden (in het buitenland): Ga je op reis, check dan als u winterbanden nodig heeft in het buitenland.

Remmen: Check zeker even je remmen. Je remmen kunnen immers versleten raken wanneer ze continu af te rekenen hebben met vocht, zout, stof en andere onzuiverheden. Dat heeft als gevolg dat de stopafstand vergroot.

Schokdempers: Kijk je schokdempers na. Een goede schokdemper zorgt namelijk voor een goede wegligging van je auto. Half versleten schokdempers vergroten de remafstand en verminderen de stabiliteit in de bochten.

Tip: Wil je je beschermen tegen mogelijke problemen met je auto in de winter, kijk dan zeker naar de beschikbare formules autobijstand 

Hoe vermijd je problemen met je auto tijdens de winter ?

Bescherm je autobatterij: Beschik je niet over een garage of een carport en staat je auto tijdens de wintermaanden in open lucht? Houd de batterij van je auto dan op temperatuur met een thermisch deken.

Voorkom aangevroren autoruiten: Bedek steeds je voor- en achterruit van je auto met karton (of een thermisch deken).

Tip: wrijf de ruiten van je auto in met een doormidden gesneden aardappel. De laag die je zo vormt, voorkomt ijsvorming!

Bescherm je ruitenwissers: Zet je ruitenwissers steeds op het karton (of thermisch deken) op je voor- en/of achterruit of plaats een kurk achter je ruitenwisser ter bescherming. Hiermee voorkom je dat ze zich gaan vasthechten aan de ruit.

Trek je handrem niet op: Trek je handrem niet op bij vorst want deze kan bevriezen. Plaats daarentegen je wagen in eerste versnelling.

Voorzie de juiste hulpmiddelen (ijskrabber,…) in de auto: Zorg dat je steeds een ijskrabber en een ruitenontdooier bij de hand hebt. Maar ook een paar matten om het wegrijden uit diepe sneeuw te vergemakkelijken, een schep, een veger en werkhandschoenen komen altijd van pas.

Voorzie een slotontdooier: Krijg je je deurslot van je portieren of koffer niet open, dan is een slotontdooier zeker handig. Overigens zou een stuk kleefband over de sloten kleven ook werken (met dank aan één van de lezers voor de extra tip!)

Maak regelmatig je auto schoon: Ijs, sneeuw en strooizout zijn zeer belastend voor de auto. Maak hem daarom regelmatig schoon. Opgelet : heb je hem gewassen (tijdens de vorstperiode), smeer dan zeker opnieuw de rubbers en sloten in met wat vet, siliconenspray of talkpoeder !

Schakel onnodige elektronica uit bij het starten: Moderne auto’s eisen een zwaardere tol van de autobatterij wegens de vele elektronische toepassingen (verlichting, achterruitverwarming, radio/navigatie, airco, zetelverwarming,…). Wil je starten, zet dan zoveel mogelijk van deze snufjes even uit.

Laat je motor niet warmdraaien!: Een fout waar (bijna) iedereen tegen zondigt. Start je wagen pas op het ogenblik dat je wil wegrijden! De motor ter plaatste laten warmdraaien versnelt de slijtage en warmt nauwelijks op.

Trap de koppelingspedaal in bij het starten: Trap bij starten het koppelingspedaal in. Hierdoor kan de motor vrijer draaien, zelfs in de neutrale stand.

Laat je ruiten open of zet je airco op bij aangedampte ramen: Heb je aangedampte ramen, zet dan je airco op (nadat je je auto hebt gestart) of zet aan weerszijden van je auto de ruiten open.

Gebruik je koplampen om je accu op te warmen: Kun je toch niet meteen starten, probeer dan even de koplampen aan te zetten om de accu op te warmen.

Vermijd het gebruik van mistlichten: Gebruik je mistlichten enkel indien noodzakelijk. Het zijn energievreters.

Beperk korte ritten: Bedenk dat vele korte ritten veel schadelijker zijn voor je autobatterij dan lange verplaatsingen.

Opgelet: heb je toch een platte batterij opnieuw aan de praat gekregen, rij er dan zo’n 20 tot 40 km mee rond (bij voorkeur autosnelweg)!

 

Wat mag je zeker NIET doen met je auto in de winter?

Warm water en ruiten ontdooien: Gebruik geen warm water om je ruiten te ontdooien. Het (grote) temperatuurverschil kan voor barsten zorgen. Wil je toch water gebruiken, gebruik dan enkel lauw water.

Portieren loswrikken: Zitten je deuren vast? Trek er dan niet aan want zo trek je het rubber los. Duw de portieren in om de ijsvorming los te maken en smeer nadien het rubber in met vet, siliconenspray of talkpoeder.

Bevroren ruitenwissers gebruiken: Zijn je ruitenwissers vastgevroren, gebruik ze dan niet. De zekering zou kunnen doorbranden. Laat ze eerst ontdooien alvorens te gebruiken.

Gas geven bij het starten: Geef geen gas bij het starten want dit verstoort het elektronisch injectie- en ontstekingsproces (bij moderne auto’s).

Lange startpogingen: Doe geen lange startpogingen. Slaat de motor niet meteen aan, doe dan eerst een aantal korte pogingen alvorens je een lange poging onderneemt.

 

Aanvullende tips ter bescherming van je auto tijdens koning Winter

Defensief rijden: Waan je geen held op de baan en zeker niet tijdens winterse weersomstandigheden. Hou daarom rekening met volgende tips: hou voldoende afstand, anticipeer tijdig, rij voldoende defensief, beperk je gas-, rem- en koppelingspedaal in gebruik, doe geen bruuske stuurbewegingen, vermijd hoge toeren,…

Vermijd bruusk remmen: Deze tip sluit aan bij de voorgaande maar is zodanig belangrijk dat we hem toch even afzonderlijk hebben vermeld. Bruusk remmen leidt héél vaak tot (onverwachte) slippartijen met blikschade (of erger) tot gevolg.

Test even de staat van de baan: Probeer op een verlaten stuk baan, aan lage snelheid, even de gladheid van de ondergrond uit. Zodoende ben je je tijdens het autorijden bewust van de staat van de ondergrond en de bijhorende gevaren voor jezelf, je omstaanders en je auto.

 

“Diesel”, “Winterdiesel” en “Benzine” ?

Problemen met de autobatterij doen zich zowel voor bij diesels als bij benzinewagens. Heb je een diesel, hou dan wel rekening met enkele extra’s.

Gebruik winterdiesel: Gebruik steeds winterdiesel (in principe vanaf oktober beschikbaar), anders zal de paraffine in de diesel stollen met verstoppingen tot gevolg.

Vervang tijdig je brandstoffilter: Vervang eventueel (vroeger dan voorzien) de brandstoffilter. Door de lage vriestemperaturen kunnen er (bij een diesel) waterdeeltjes (door condens) bevriezen voor de brandstoffilter. Dit verhindert de doorstroming van de brandstof.

Vermijd de groei van bacteriën in je brandstoftank: Weliswaar minder van toepassing op auto’s (des te meer op vaartuigen): voorkom bacteriegroei in je brandstoftank! Temperatuurschommelingen, donkere ruimtes, lange opslag (een volledige winter) en slechte afdichting van de brandstofvulopening zorgen ervoor dat er vocht (of condens) in de brandstoftanks komt. Een teveel aan vocht vermindert echter de smerende werking van de dieselbrandstof en zal zorgen voor bacteriegroei. Dit moet vermeden worden voordat ze de brandstoffilter doen verstoppen opdat de motor niet meer kan draaien. Een auto die tijdens de winter regelmatig rijdt, heeft hier (in principe) geen nadelige invloed van omdat er voldoende doorstroom is van de brandstof.

 

Lees het volledige bericht

Nieuwsbrief #1 – U bent onvergetelijk ….

 U bent onvergetelijk,
maar niet onsterfelijk.

Elke dag beleeft u met uw kinderen, familie en vrienden mooie momenten.
De herinnering aan die momenten maakt u onvergetelijk, maar helaas niet onsterfelijk.

Heeft u al eens gedacht aan de kosten die een uitvaart met zich meebrengt? Dit is al gauw 3.000 à 5.000 euro, afhankelijk van uw wensen. Niet alleen de kosten, maar sta ook even stil bij praktische zorgen. Denk eens aan al het papierwerk dat dient te worden geregeld: bij de bank, notaris en overheid.

Daarom is het verstandig om vandaag al eens na te denken over uw afscheid

Voor een relatief klein bedrag bespaart u uw nabestaanden de kosten en ook de zorgen van uw uitvaart. DELA zorgt ervoor dat de facturen voor de uitvaart betaald worden. En na de uitvaart krijgen ze praktische steun en hulp bij de administratie van een ervaren consulent nabestaandenzorg.

Want het verdriet kunt u hen niet besparen. De kosten en de zorgen wel.  Logo DELA

Voor meer informatie, surf naar de DELA-website, en maak vrijblijvend de berekening : bereken uw premie

Of neem gerust contact op met ons kantoor hetzij telefonisch op het nummer 011.44.55.50 hetzij via e-mail : info@kwanten-meeuwissen.be, en wij helpen u graag verder !

 

Lees het volledige bericht

Tips en advies: zonder kleerscheuren veilig de winter door met onze handige tips!

Is de winter ook uw minst favoriete seizoen? Sneeuw en ijzel, aanvriezende mist,… leuk is anders als u de weg op moet. Ongelukjes zijn nu jammer genoeg dagelijkse kost. Met onze zeven tips komt u met een beetje geluk deze donkere periode zonder kleerscheuren door.

1. Investeer in winterbanden

Duikt de temperatuur onder 7°C? Dan reageren uw autobanden anders. Het rubber wordt harder, waardoor de baanvastheid afneemt. In mensentaal: u glijdt zo de weg af als het even ijzelt. Winterbanden zijn anders samengesteld en hebben een diepere groef. Ze vermijden dat u begint te slippen of dat aquaplanning u van de weg slingert. Bovendien kunt u beter remmen in de sneeuw, op ijs en op een nat wegdek. Omdat het bij ons élke winter kouder wordt dan zeven graden, zijn winterbanden een echte must! Nog wat extra tips:

  • Vervang alle banden. Alleen vooraan of alleen achteraan de banden vervangen is niet verstandig. Monteert u alleen op de vooras winterbanden, dan gaat de auto achteraan uit balans en zal daardoor eerder uit zijn as draaien (overstuur). Monteert u alleen winterbanden op de achteras, dan verbetert het optrekken, maar raakt de auto vooraan sneller uit balans en gaat daardoor in bochten eerder rechtdoor.
  • Pomp uw banden perfect op. Zo verbruikt u minder brandstof.

2. Verminder uw snelheid op een gladde weg

Op een glad wegdek is trager rijden veel veiliger. Kies voor uw derde of vierde versnelling en houd zeker genoeg afstand van het voertuig voor u. Zo moet u het minst vaak doen wat op gladde wegen het gevaarlijkst is: remmen. Moet u toch het rempedaal induwen? Doe het dan zachtjes en gebruik maximaal uw motor om af te remmen. Slipt uw wagen? Blijf dan van uw rempedaal af. Maak ook geen bruuske stuurbewegingen. Probeer uw voertuig zachtjes onder controle te houden en kijk in de richting die u uit wilt –zeker niet naar de hindernis. Hebben uw voorwielen de neiging om rechtdoor te gaan? Los dan het gaspedaal en corrigeer de richting. Slippen de achterwielen? Dan zet u uw wielen eerst weer recht en geeft u geleidelijk gas terwijl u uitkijkt in de juiste richting. Tenzij u achterwielaandrijving hebt. Dan lost u best het gaspedaal, stuurt u tegen de richting van de bocht in en kijkt u de richting uit waar u heen wilt.

3. Onderhoud uw batterij en bougies

In de winter krijgt uw batterij het extra hard te verduren. Verwarming, lichten, … allemaal inspanningen die uw vermogen doen dalen. Merkte u al enkele haperingen op? Vervang dan zeker uw batterij. De meeste accu’s gaan zo’n vier jaar mee. Hebt u een zelfonderhoudend model, kijk dan het peil van de accuvloeistof na. Rijdt u met een dieselmotor? Controleer dan of uw voorgloeibougies nog in goede staat zijn. Nieuwe bougies zorgen voor een efficiënte voorverwarming en een snelle start.

4. Stel uw lichten juist af

Dubbelcheck even of uw achter- en dimlichten wel goed werken. Geven ze allemaal een krachtig lichtsignaal? Zijn ze proper? Zijn ze correct afgesteld? Bij hevige sneeuwval zet u best uw mistlampen aan. Een doosje met reservelampjes in uw kofferbak biedt extra zekerheid.

5. Ververs tijdig de olie

Het vervangen van motorolie door verse olie is een noodzaak. De olie in uw motor zorgt ervoor dat de effecten van de constante wrijving van metalen onderdelen beperkt blijven. Door de koude wordt de olie in de winter stroperiger en minder doeltreffend. Controleer daarom zeker het oliepeil en vervang de olie regelmatig. In de handel vindt u olie die beter bestand is tegen lage temperaturen.

6. Zorg voor propere autoruiten

Bij grauwe en donkere dagen is het extra belangrijk dat uw ruiten proper zijn. Een winterbestendige ruitensproeier en regelmatige controle van de ruitenwisservloeistof is dan ook geen overbodige luxe. Poets uw voorruit ook aan de binnenkant regelmatig met een ontvettingsmiddel. Zo dampt ze minder snel aan. Zorg er ook voor dat u een ijskrabber in uw wagen hebt, een borsteltje en een paar handschoenen.

7. Laat sterretjes in de ruit meteen herstellen

Laat sterretjes in uw ruit herstellen voor het begint te vriezen. Temperatuurverschillen en het wegkrabben van aangevroren sneeuw doen een barst uitzetten en voor u het weet hebt u een onherstelbare autoruit. U kunt sterretjes tot twee centimeter laten repareren door een glashersteller zoals Carglass of uw garagist.   bron http://www.vivium.be

Lees het volledige bericht

Verkeerstips: Veilig rijden met de wagen in de herfst

In de herfst veranderen de weersomstandigheden. De autobestuurders moeten zich dus aanpassen. Wat zijn de specifieke voorzorgsmaatregelen om in de herfst met de wagen te rijden?

Hieronder geven wij u enkele tips om u te helpen de herfst zo veilig mogelijk door te komen achter het stuur van uw wagen.

De lichtintensiteit verandert

De dagen korten, de intensiteit van de zon daalt.
Het is dus belangrijk om te zien en gezien te worden!

  • De lichten: Zorg ervoor dat de lichten van uw wagen in orde zijn (goed afgesteld) en degelijk functionneren. De lampen van de auto zijn meestal de eerste slachtoffers van de koudere nachten en de vochtige periode. Vervang ze van zodra ze defect zijn. Steek uw lichten aan vanaf het ogenblik dat het daglicht begint af te nemen of wanneer de verkeersomstandigheden slecht zijn (ochtendnevel, mist, regen, storm, …).
  • De lage, verblindende zon belemmert niet alleen het zicht, maar kan ook heel gevaarlijk zijn voor de autobestuurders. Zorg ervoor dat u een zonnebril bij de hand hebt.
  • De anderen zien: Let op de andere weggebruikers (auto’s, motors, fietsers, voetgangers) die in deze tijd van het jaar minder zichtbaar zijn. De statistieken van de verkeersongevallen van de herfstmaanden tonen aan dat tijdens dit seizoen de meeste ongevallen plaatsvinden die te wijten zijn aan een slechte zichtbaarheid.
    Het is dus ook onmisbaar voor motorrijders, fietsers en voetgangers die zich op de openbare weg begeven om door de autobestuurders gezien te worden en reflecterende kledij te dragen. Dit is bijzonder het geval voor de schoolgaande jeugd op weg naar of van school.
  • Maak regelmatig uw autoruiten schoon, zowel binnen het voertuig (condensatie, veegsporen) als langs de buitenkant (vuile ruiten wegens de weersomstandigheden). Vertrek niet vooraleer u perfect door uw ruiten kunt kijken, niet enkel voor- en achteraan maar ook door de zijdelingse vensterruiten.

Wisselende weersomstandigheden

  •  Het koude en vochtige weer kan mist doen ontstaan. Hou in dat geval afstand op de weg en steek uw mistlampen aan.
  • Aangepast rijgedrag : Rij voorzichtig en hou een veilige afstand (bvb. op autosnelwegen een afstand van 2 à 3 seconden t.o.v. uw voorligger), dit vooral als u op wegen rijdt die bezaaid zijn met vochtige, dorre bladeren. Als u bruusk moet remmen, zou u wel eens ongecontroleerd kunnen slippen.  Opgepast voor de aquaplaning bij regenweer.

De winter is op komst

Is uw wagen klaar?

  • Hebt u de staat van uw autobanden nagekeken (bandendruk, slijtage)?
    Hebt u gedacht aan de vervanging van uw zomerbanden door winterbanden?
  • Vergeet niet uw voertuig klaar te maken voor het koude seizoen en het nodige nazicht en de controles uit te voeren voor de winter (batterij, remmen, koelvloeistof, antivries, …).

 

Tips aangeboden door www.europ-assistance.be

Lees het volledige bericht

Met welke veelvoorkomende problemen kunt u in uw woning te maken krijgen en welke verzekeringen bieden u bescherming?

Werd uw koepel of veranda beschadigd door hagel? Heeft u last van vocht in een muur? Is er een boom op uw dak gevallen? Wist u dat het aantal branden in België almaar toeneemt? En dat u belastingvermindering kunt genieten als u uw woning beveiligt?

Hieronder vindt u nuttige informatie en tips om uw onroerend goed en/of de inboedel ervan te beschermen.

De brandverzekering: ten zeerste aanbevolen

De brandverzekering, ook wel ‘woningverzekering’ genoemd, is niet verplicht, maar wordt ten zeerste aangeraden. Ze vergoedt immers de materiële schade aan uw onroerend goed en/of de inboedel, waarvan de kosten al snel hoog kunnen oplopen. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, beperkt deze verzekering zich niet tot brandschade.

Elke brandverzekering vergoedt de materiële schade aan uw woning die wordt veroorzaakt door:

  • brand,
  • explosie en implosie,
  • bliksem,
  • aanslagen en arbeidsconflicten (bijvoorbeeld als gevolg van het gooien van stenen of explosieven),
  • een dier of een voertuig,
  • vallen van een boom,
  • hagel,
  • storm,
  • sneeuw- of ijsdruk,
  • natuurrampen.

De meeste brandverzekeringen dekken ook de schade die wordt veroorzaakt door:

  • elektriciteit: uitwerking van de elektriciteit op elektrische installaties en toestellen (bijvoorbeeld schade aan elektrische toestellen door overspanning, of het verlies van de inhoud van de diepvriezer daardoor (ontdooiing)),
  • rook of roet,
  • waterschade door breuk van leidingen, overlopen van dakgoten, sanitaire installaties of elektrische huishoudapparaten, insijpelen van water door het dak, vorst (op voorwaarde dat de nodige voorzorgsmaatregelen werden genomen),
  • glasbreuk (bijvoorbeeld veranda, ramen),
  • schade aan het gebouw (bijvoorbeeld deuren, ramen) na een inbraak of vandalisme (deze dekking geldt soms alleen als de verzekerde ook een optionele dekking diefstal heeft afgesloten).

Talrijke verzekeringsmaatschappijen dekken ook de andere kosten die aan deze schadegevallen verbonden zijn:

  • de kosten van huisvesting,
  • de expertisekosten,
  •  …

Sommige brandverzekeringen voorzien ook in de dekking van uw huurdersaansprakelijkheid wereldwijd, onder meer bij het huren van:

  • een studentenkot,
  • een vakantiewoning,
  • een feestzaal.

Jaarlijks doen zich in België zo’n 10 000 branden voor

En 65 % van de Belgen heeft nog geen rookmelders. Deze alarmerende cijfers wijzen op een ernstig probleem: wij houden ons erg weinig bezig met brandpreventie. Ook al is de materiële schade vaak enorm en vallen er in België jaarlijks bijna 1600 slachtoffers.

Nochtans kunnen een paar eenvoudige maatregelen uw leven redden:

  • installeer voldoende rookmelders;
  • plan en oefen een vluchtroute;
  • laat uw woning nakijken door een brandpreventieadviseur.

Investeren in de beveiliging van uw woning geeft recht op belastingvermindering

Belastingplichtigen die investeren in een betere beveiliging van de woning waarvan ze eigenaar of huurder (of bezitter, erfpachter, opstalhouder, vruchtgebruiker) zijn, kunnen een belastingvermindering genieten. Om recht te hebben op deze vermindering, moeten de werken wel door een aannemer worden uitgevoerd.

 

 

bron www.aginsurance.be

Lees het volledige bericht

Waarom een BA familiale, zelfs zonder kind of huisdier?

In tegenstelling tot de verzekering BA Auto, die voor elke bestuurder verplicht is, blijft BA familiale een facultatieve dekking. Dat weerhoudt veel mensen er echter niet van om deze verzekering af te sluiten, zoals blijkt uit deze cijfers van de Beroepsvereniging van Verzekeringsondernemingen.

Toch denken velen nog dat “ze enkel nuttig is als men kinderen of huisdieren heeft.” Waarheid of fabeltje? Hier volgt het antwoord.

Wat is BA familiale?

BA familiale is een verzekering die uw burgerlijke aansprakelijkheid en die van de onderstaande groepen dekt voor lichamelijke of materiële schade toegebracht aan een derde.

Wat dekt BA familiale?

Deze verzekering dekt schadegevallen die worden veroorzaakt door:

  • gezinsleden die onder hetzelfde dak wonen;
  • huisdieren;
  • kinderen op kot;
  • huispersoneel (poetsvrouw, tuinman, …).

Daar blijft het echter niet bij! Sommige verzekeringsmaatschappijen breiden het begrip verzekerde uit tot de personen die:

  • net zijn verhuisd;
  • tijdelijk bij u verblijven (vrienden bijvoorbeeld);
  • door u onderhouden worden (bijvoorbeeld uw ouders in het rusthuis).

Daarnaast dekt de verzekering BA familiale ook de gebouwen waarvoor u verantwoordelijk bent en dat niet enkel in België, maar overal ter wereld*.

In welke situaties komt deze verzekering nu concreet tussen?

Naast het klassieke voorbeeld van de gebroken ruit op school of een beet van uw hond komt BA familiale ook tussen in deze gevallen:

  • Het is zomer. U organiseert een familiefeestje met een traditionele barbecue. Op het einde van de dag vergeet u het vuur goed te doven en de gloeiende kolen veroorzaken brand bij uw buurman.
  • U bent op skivakantie in de Alpen en beslist om een sneeuwscooter te huren. U laat zich verrassen door de kracht van de machine en botst tegen een boom. Het voertuig is vernield en de schade is aanzienlijk.
  • Het stormt en u zet de vuilnisbakken buiten. Plots worden ze weggeblazen door een hevige windstoot. Een automobilist wil ze ontwijken, voert een noodmanoeuvre uit en rijdt tegen een geparkeerd voertuig.
  • Een van uw dakgoten zit vol bladeren en takken en veroorzaakt waterschade bij uw buurman.
  • Tijdens het snoeien van een boom snijdt uw tuinman een tak af die schade aanricht in de tuin van uw buurman. Uw personeel wordt in dat geval aansprakelijk gesteld.
  • Uw vader verblijft in een rusthuis en is vaak in de war. Hij gaat buiten en merkt het verkeerslicht aan het zebrapad niet op. Hij veroorzaakt een ongeval met een fietser.

Conclusie

Een verzekering BA familiale is zeker onmisbaar als u kinderen of huisdieren heeft. Maar ook als u die niet heeft, is ze net zo belangrijk, zoals de bovenstaande voorbeelden aantonen.

Wilt u zeker zijn dat uw toekomstplannen niet in het gedrang komen door een ongelukkige gebeurtenis?

Neem dan contact met ons op en wij helpen u graag verder met het kiezen van een BA familiale die is afgestemd op uw noden.

 

bron www.aginsurance.be

Lees het volledige bericht

Tips en advies: Voorkom schade door water, vorst en sneeuw

Water, vorst en sneeuw kunnen heel wat schade veroorzaken: die schade vermijdt u maar beter. Wij geven u een aantal praktische tips.

Insijpelend regenwater

  • Laat nooit ramen open als u uw woning verlaat. Zeker geen dakramen.
  • Zorgt ervoor dat barsten, gleuven of andere openingen in uw gevel zo snel mogelijk hersteld zijn zodat er geen regenwater kan binnensijpelen.
  • Controleer regelmatig de staat van uw dak, zeker na een onweer of een zware storm.
  • Check na een hevige regenbui of de kamers onder het dak (of kapconstructie) sporen van waterschade vertonen.
  • Ga regelmatig de staat van uw dakgoten na en reinig deze (zeker in de herfst). Controleer ook uw dakpannen.

Waterlekken

  • Komt er geel- of bruinachtig water uit de kraan, dan kan dat wijzen op roestvorming. Laat dit zo snel mogelijk aanpakken want een roestige leiding kan gaan lekken.
  • Koop een wasmachine en vaatwas met een anti-overloopsysteem. Zorg er ook voor dat de filters niet verstopt raken.

Vorstschade

  • Bescherm de watermeter en de waterleidingen in vorstperiodes extra met isolerend materiaal.
  • Is het gebouw een hele tijd onbewoond:
    • laat de watermaatschappij de watertoevoer dichtdraaien.
      of
    • maak de waterinstallaties en de centrale verwarming leeg.
      of
    • zorg ervoor dat de temperatuur er voldoende hoog blijft.
  • Bescherm buitenkranen tegen de vorst door:
    • de watertoevoer naar de buitenkraan af te sluiten.
    • de buitenkraan open te draaien, zodat de waterdruk in de kraan verdwijnt.
    • de kraan te beschermen met isolerend materiaal.
  • Isoleer watertoevoerbuizen die aan vriestemperaturen blootgesteld worden of maak ze leeg. Denk ook aan leidingen naar de wasmachine in een niet-geïsoleerde garage of berging.
  • Controleer de leidingen grondig wanneer het begint te dooien. Vergeet de onbewoonde ruimtes niet, zoals de zolder, de kelder en de garage.

Schade door sneeuw

​Zorg ervoor dat sneeuw zich niet ophoopt in dakgoten en op daken. Vooral van platte daken en uw veranda haalt u de sneeuw best weg. Zo vermijdt u dat het dak het begeeft onder het gewicht en dat voorbijgangers de sneeuw op hun hoofd krijgen.

bron http://www.aginsurance.be/

 

 

Lees het volledige bericht

Tips en advies: 30 tips om uw aanrijdingsformulier goed in te vullen

aanrijdingsformulier12 22-09-00Na een auto-ongeval is een goed ingevuld aanrijdingsformulier de eerste stap naar een snelle schaderegeling. Deze 30 tips helpen u om een aanrijdingsformulier correct en volledig in te vullen.

1) Tip vooraf: leg twee tot drie aanrijdingsformulieren in uw auto. Bij een kettingbotsing bijvoorbeeld moet u zowel met de wagen achter u als voor u een aanrijdingsformulier invullen.

2) U kunt het aanrijdingsformulier ook gebruiken om een schadegeval aan te geven waarbij geen andere personen betrokken zijn, bijvoorbeeld bij een botsing tegen een boom, na diefstal of na een brand.

3) Noteer uw gegevens op voorhand op het aanrijdingsformulier, dat bespaart u stress.

4) Leg een balpen in uw auto.

5) Haal er de politie bij als er gewonden zijn, wanneer er discussie is over de omstandigheden van het ongeval, of wanneer de tegenpartij dronken is.

6) Ook met een proces-verbaal van het ongeval, vult u nog een aanrijdingsformulier in. Zonder ingevuld formulier moet de verzekeringsmaatschappij de gegevens opzoeken en loopt de schaderegeling vertraging op.

7) De tegenpartij en u moeten samen maar één formulier invullen. De voorkant wordt door beide partijen ingevuld en is bedoeld voor de objectieve vaststellingen.

8) Veel mensen vergeten de achterkant van het aanrijdingsformulier in te vullen. Daar kunt u extra informatie voor de verzekeraar noteren, bijvoorbeeld of er een proces-verbaal is, het chassisnummer van uw voertuig, … Dit gedeelte kunt u achteraf thuis invullen.

9) Het Europees aanrijdingsformulier ziet er in alle Europese landen hetzelfde uit. Als u bijvoorbeeld een Spaanstalig formulier invult, kunt u de vertaling volgen bij de overeenkomstige vakken op uw eigen formulier.

10) We kunnen u telefonisch nuttige tips geven bij het invullen van het formulier, of kunnen eventueel ter plaatse komen.

11) Schrijf duidelijk. Gebruik een balpen en vermijd doorhalingen. Leg tijdens het schrijven het formulier op een harde ondergrond.

12) Vul het formulier onmiddellijk ter plaatse in. Achteraf gegevens invullen maakt het voor de tegenpartij gemakkelijker om uw verklaringen te betwisten. Bovendien kunnen de getuigen dan al vertrokken zijn en de voertuigen aan de kant gesleept.

13) Vul het aanrijdingsformulier volledig in. Ontbrekende gegevens veroorzaken onduidelijkheden, onjuistheden en betwistingen.

14) Vul het aanrijdingsformulier nauwkeurig en correct in. Een verkeerd ingevuld schadeformulier kan de niet-aansprakelijke bestuurder zijn rechten kosten.

15) Neem enkele foto’s ter plaatse. Die kunnen veel duidelijk maken voor de dossierbeheerders.

16) Vul de naam van de getuigen volledig in, en vermeld ook hun adres en gsm-nummer. Zo niet kan de tegenpartij die getuigen betwisten. Passagiers van de wagens die betrokken zijn bij het ongeval, worden niet aanvaard als getuigen. Getuigen die slechts op één formulier voorkomen, worden door de verzekeringsmaatschappijen en de rechtbank niet weerhouden.

17) In vak 10 duidt u de plaats van de impact aan. Bij een latere discussie kan dit uw versie kracht bij zetten. De schade kan onzichtbaar zijn (bijvoorbeeld kunststof dat na een impact terug uitblust), maar achterliggend wel aanwezig zijn. Als de expert de plaats van impact kent, weet hij bovendien waar hij extra moet op letten. Of nog: als u kort na elkaar twee ongevallen hebt, is het belangrijk dat de expert de juiste schade onderzoekt.

18) Bij vak 11 vult u in of uw wagen schade heeft opgelopen. Als u twijfelt, vult u niets in. Experts kunnen achteraf de schade vaststellen.

19) Vermeld bij vak 12 zeker het totaal aantal aangekruiste vakjes.

20) Maak eerst een proefschets voor u de officiële situatieschets in vak 13 tekent.

21) Schets de breedte van de weg en de grootte van de auto’s in de juiste verhoudingen. De ruitjes op het blad helpen u daarbij. Respecteer de plaats van het voertuig ten opzichte van de straat. Duid de getuigen aan met een kruisje.

22) Vermeld ook eventuele borden en verkeerslichten op de schets, de precieze plaats van de aanrijding, de straatnamen en de rijrichting. Duid de middenas van de weg aan met een stippellijn. Doe dat enkel als er een middellijn gemarkeerd is op de weg. Anders kan een stippellijn tot foute conclusies leiden.

23) Kijk uit met pijltjes op de situatieschets: een pijltje betekent dat uw voertuig in beweging was, geen pijltje betekent dat uw voertuig stilstond.

24) In vak 14, ‘Opmerkingen’, kunt u noteren wat u elders op het formulier niet kwijt kan. U kunt ook verklaren waarom u niet akkoord gaat met de verklaringen van de tegenpartij, als dat het geval is. Als u geen opmerkingen hebt, wordt verondersteld dat u akkoord gaat met de tegenpartij.

25) Als u en de tegenpartij er niet uit raken, vult u elk apart een aanrijdingsformulier in. De verzekeringsmaatschappijen zullen proberen alsnog tot een minnelijke schikking te komen, maar de schaderegeling zal wel vertraging oplopen. Verzamel wel alle gegevens van de tegenpartij: merk, model en nummerplaat van de auto, en zeker de verzekeringsgegevens.

26) Let goed op de gegevens van de tegenpartij voor u het formulier ondertekent. Klopt de geldigheidsduur van zijn groene kaart of verzekeringsbewijs (vak 8)? Controleer zeker vakken 12, 13 en 15 want die zijn gemeenschappelijk.

27) Onderteken pas als de tegenpartij het formulier volledig heeft ingevuld en zorg ervoor dat er achteraf niets meer bijgeschreven wordt.

28) Onderteken het aanrijdingsformulier alleen als u volledig akkoord gaat. U kunt gerust weigeren om te tekenen, zelfs als een politieagent het formulier heeft ingevuld.

29) Als het formulier volledig ingevuld is en ondertekend door beide partijen dan bewaart elke partij een exemplaar: ofwel het originele ofwel het doorgedrukte exemplaar.

30) Bezorg het aanrijdingsformulier zo snel mogelijk aan uw makelaar. Het moet binnen de acht dagen bij uw verzekeringsmaatschappij aankomen.

Bron: http://www.vivium.be

 

Lees het volledige bericht

Tips en advies: de rechten en plichten van een huurder

Als huurder hebt u zowel rechten als plichten. Lees hier welke regels u beschermen als huurder van een woning, en aan welke regels u zelf moet voldoen.

Als u een woning huurt als hoofdverblijfplaats, valt de huurovereenkomst onder de Woninghuurwet. De bepalingen van deze wet zijn van dwingend recht. Dat wil zeggen dat het huurcontract deze bepalingen moet volgen.

Huurprijs, EPC en onderhoudsattesten

Nog voor u het huurcontract ondertekent, hebt u als huurder recht op informatie. Wie een woning te huur aanbiedt, moet immers:

  • de huurprijs en de gemeenschappelijke lasten vermelden,
  • een energieprestatiecertificaat (EPC) voorleggen,
  • de onderhoudsattesten van de centrale verwarming, boiler, schoorsteen … voorleggen.

Als het contract vraagt dat u als huurder bepaalde attesten periodiek moet voorleggen, kan u bij aanvang van het contract de laatste attesten opvragen.

Schriftelijke overeenkomst

Elke huurovereenkomst moet schriftelijk afgesloten worden. De overeenkomst vermeldt alle gegevens van verhuurder en huurder, en beschrijft kort het gehuurde goed. Niet alleen de gehuurde ruimtes, maar ook de tuin, het tuinhuis, de garage en de berging. Ook moeten er wettelijke bijlagen bij het contract. Modelcontracten vindt u op www.huurdersbond.be.

In goede staat bij start huurcontract

De huurder heeft bij de start van het huurcontract recht op een goed onderhouden woning. Dat betekent dat de verhuurder de nodige herstellingen en onderhoudswerken doet vooraleer de huurder in de woning trekt. Alleen veilige, gezonde en bewoonbare mogen verhuurd worden.

Recht op plaatsbeschrijving

De verplichte plaatsbeschrijving gebeurt wanneer de woning niet bewoond is, of tijdens de eerste maand van bewoning. De plaatsbeschrijving wordt op tegenspraak opgemaakt en is omstandig en gedetailleerd. De huurder en de verhuurder kunnen dit samen doen, of een onafhankelijke expert aanstellen. Beide partijen betalen dan elk de helft van zijn vergoeding.

Op het einde van de huur wordt de toestand van de woning vergeleken met deze beschreven in de plaatsbeschrijving. Voor beide partijen is het belangrijk om alle beschadigingen in detail op te nemen in de plaatsbeschrijving. De huurder moet de woning op het einde van het contract immers in dezelfde staat teruggeven.

Als u bij de plaatsbeschrijving gebreken vaststelt, dan meldt u deze best aangetekend aan de verhuurder. U vraagt ook dat de gebreken binnen een redelijke termijn hersteld worden.

Huurder betaalt huurwaarborg

Een huurwaarborg is niet wettelijk verplicht, maar is vaak opgenomen in een huurcontract. De wet voorziet twee mogelijkheden:

  • Maximaal twee maanden huur, op een geblokkeerde rekening, op naam van de huurder.
  • Maximaal drie maanden huur, gewaarborgd door de bank, al dan niet door een standaardcontract tussen een OCMW en een financiële instelling. De huurder betaalt maandelijks de waarborg af aan de bank, gedurende de huurperiode, maar tijdens een maximale termijn van drie jaar.

Maandelijkse huur

Uiteraard dient de huurder maandelijks stipt de huur te betalen. In het huurcontract komt u met de huurder overeen wanneer u de huur uiterlijk betaalt. Over de datum kunt u onderhandelen met de verhuurder zodat hij beter past bij uw persoonlijke situatie.

Voldoende meubelen en huisraad

De huurder is verplicht om voldoende meubelen en huisraad in de woning te plaatsen. Zo heeft de eigenaar iets om beslag op te leggen als de huurder de huur niet betaalt.

Meldingsplicht gebreken

Als u bepaalde gebreken vaststelt, meldt u deze zo spoedig mogelijk en bij voorkeur schriftelijk aan uw verhuurder. Wat de verhuurder niet weet kan hij immers niet verhelpen.

Werken toelaten

Als huurder bent u verplicht om dringende werken toe te laten. Dat zijn werken om problemen te herstellen die anders nog meer schade veroorzaken. Voor niet-dringende werken moet de verhuurder uw toestemming vragen. Denk bijvoorbeeld aan het vervangen van de badkamer terwijl u daar niet om gevraagd hebt. Dit is immers een inbreuk op het rustig huurgenot van de huurder.

Herstel van verborgen gebreken

Als er verborgen gebreken opduiken tijdens het huurcontract, moet de verhuurder deze oplossen. Een verborgen gebrek is bijvoorbeeld dat de zekering elke keer afspringt wanneer u de wasmachine aanzet.

Huurder houdt woning in goede staat

Als huurder bent u verplicht om de woning in goede staat te onderhouden. U moet dus zelf schoonmaken, verwarmen, verluchten en kleine onderhoudswerken doen. Bijvoorbeeld een lekkende kraan herstellen of een lamp vervangen. De verwarmingstoestellen laat u jaarlijks (mazout) of tweejaarlijks (aardgas) door een erkend technieker onderhouden. Een lijst van erkende techniekers vindt u op www.vea.be.

Samenwonen melden aan de eigenaar

Als u alleen woont, en u huwt of gaat wettelijk samenwonen, dan laat u dit best schriftelijk weten aan de verhuurder. Uw verhuurder kan u niet verbieden om samen te wonen of te huwen. Hij kan hiervoor evenmin een verhoging van de huurprijs opleggen. Onderverhuren mag niet zonder toestemming van de verhuurder. Onderverhuren is vaak in strijd met de stedenbouwkundige voorschriften.

Schade aan de huurwoning

Bij schade aan de huurwoning wordt vermoed dat de huurder aansprakelijk is. Dit is de zogenaamde huurdersaansprakelijkheid. Als huurder bent u ook verantwoordelijk voor schade aan de woning die veroorzaakt is door uw kinderen, de poetshulp, uw bezoekers …

Wanneer u kunt bewijzen dat u geen fout hebt gemaakt, bent u niet aansprakelijk. Dat kan bijvoorbeeld bij:

  • een geval van overmacht (bijvoorbeeld een blikseminslag),
  • een fout van een derde (bijvoorbeeld inbraak door derden),
  • slechte toestand van een woning (bijvoorbeeld een kortsluiting),
  • schade enkel ten gevolge van sleet, ouderdom of overmacht.

U kunt u voor deze huurdersaansprakelijkheid verzekeren met een brandverzekering. Een brandverzekering is niet wettelijk verplicht, maar ze kan wel een voorwaarde zijn in een huurcontract. Bijna 90% van de huurders heeft een woningverzekering afgesloten.

Enkel plotse en onvoorziene schade

Een brandverzekering vergoedt enkel plotse en onvoorziene schade in een reeks welomschreven situaties, zoals waterschade door een overgelopen bad of douche, uw kind dat bij het spelen een ruit breekt of de schade door een in brand gevlogen frietketel. Bij discussie met de verhuurder over uw aansprakelijkheid, kunt u rekenen op advies van uw makelaar.

Schade door sleet valt dus niet onder de brandverzekering. Evenmin als verfspatten op de vloerbekleding, een afgedraaide knop van de oven, loskomende deurstijlen, het afbreken van een marmeren keukenblad …

Schade aan de inboedel

Een brandverzekering vergoedt ook de schade aan de inhoud van uw huurwoning, dus aan uw eigen meubelen, kledij, televisietoestellen. Ook hier moet de oorzaak plots en onvoorzien zijn, bijvoorbeeld door een blikseminslag, een kortsluiting, een lekkende mazoutleiding of een gebarsten afvoerpijp.

Afstand van verhaal

Soms stellen verhuurders een huurovereenkomst voor met ‘afstand van verhaal’. Dat betekent dat de brandverzekering van de verhuurder alle schade aan het gebouw zelf vergoedt. Hij haalt dus geen verhaal bij u als huurder, ook al bent u aansprakelijk. Maar zelfs met ‘afstand van verhaal’, sluit u best nog een eigen brandverzekering af. Dit om uw inboedel te verzekeren, en om uw aansprakelijkheid ten opzichte van derden te verzekeren. Bijvoorbeeld als een brand veroorzaakt door uw persoonlijke spullen, schade aanbrengt bij de buren.

Recht op onveranderde woning

Tijdens de huur mag de verhuurder geen werken laten uitvoeren die het uitzicht en de vorm van de woning veranderen. Zonder uw akkoord mag hij bijvoorbeeld niet de garage afbreken of zonnepanelen plaatsen.

Aanpassing huur

De huurprijs mag jaarlijks geïndexeerd worden, tenzij het huurcontract dat verbiedt. Een herziening van de huurprijs mag elke drie jaar. Zowel de huurder als de verhuurder kunnen een herziening van de huurprijs vragen, maar enkel tussen de negende en de zesde maand voor het einde van elke driejarige periode. Als ze niet tot een akkoord komen, kan de vraag voorgelegd worden aan de vrederechter.

Bestemming van de huurwoning

Soms stelt een huurcontract dat u een woning enkel mag gebruiken om in te wonen. U mag in de loop van het huurcontract bijvoorbeeld geen dokterspraktijk openen in de huurwoning als die enkel voor een hoofdverblijfplaats bestemd is.

Recht op privacy

Zonder uw toestemming mag de verhuurder de huurwoning niet betreden. De verhuurder heeft wel het recht om één keer per jaar de huurwoning te bekijken, om te zien of u goed zorg draagt voor uw woning. Hij mag ook langskomen om dringende werken te doen die niet tot het einde van de huur kunnen worden uitgesteld. Hiervoor moet hij steeds op voorhand een afspraak met u maken. Ten slotte kan hij ook bezoekdagen en –uren met u afspreken als hij de woning wil verkopen of verhuren. Uiteraard kan dit enkel als de huurovereenkomst beëindigd wordt.

Als huurder huurovereenkomst opzeggen

Huurcontracten van korte duur, dus maximaal drie jaar, kunnen enkel worden opgezegd tegen de einddatum. Zowel de huurder als de verhuurder moeten daarbij een opzegtermijn van drie maanden respecteren. Een contract van korte duur kan eenmaal worden verlengd. De totale duur mag echter nooit meer dan drie jaar zijn. Als een kortlopend huurcontract niet opgezegd wordt tegen de einddatum, wordt het automatisch omgezet in een negenjarige huurovereenkomst met als begindatum de aanvang van het oorspronkelijke contract.

Bij een huurcontract van negen jaar of langer kan de huurder op gelijk welk moment, mits een vooropzeg van drie maanden, de huurovereenkomst opzeggen.

De schadevergoeding voor de vervroegde opzeg hangt af van wanneer de opzegtermijn eindigt en of het contract geregistreerd is vóór de opzeg:

  • Tijdens het eerste jaar: drie maanden huur
  • Tijdens het tweede jaar: twee maanden huur
  • Tijdens het drie jaar: een maand huur
  • Vanaf het vierde jaar: geen schadevergoeding
  • Als de verhuurder de huurovereenkomst niet heeft geregistreerd voor u de opzeg betekent: geen schadevergoeding

Als verhuurder huurcontract opzeggen

Bij huurcontracten tot drie jaar is geen vooropzeg mogelijk. Bij langere huurovereenkomsten is een opzeg door de verhuurder mogelijk:

  • Elke drie jaar, mits een vooropzeg van zes maanden en mits betaling van een vergoeding gelijk aan negen maanden (eerste drie jaar) of zes maanden (tegen einde van het zesde jaar).
  • Als de verhuurder zelf of een familielid het pand gaat betrekken mits een opzegtermijn van zes maanden. Het opzegmotief moet binnen een jaar na het verstrijken van de opzeg en gedurende twee jaar worden uitgevoerd.
  • Als de verhuurder grote werken laat uitvoeren, mits een vooropzeg van zes maanden, en slechts elke driejarige periode. De werken dienen aan een aantal voorwaarden te voldoen. Ze moeten binnen zes maanden na het einde van de opzegtermijn beginnen en binnen 24 maanden eindigen.

Wanneer de verhuurder zijn motief niet tijdig uitvoert zonder goede reden, heeft de huurder recht op achttien maanden huur.

Wordt een negenjarige huurovereenkomst niet opgezegd tegen einddatum dan loopt deze aan dezelfde voorwaarden verder.

Vraag advies aan uw makelaar

Meer info over de rechten en de plichten van een huurder vindt u op www.huurdersbond.be.

Bron: http://www.vivium.be

Lees het volledige bericht